papegaaienkennis: voeding 

 

ongedierte:

 

- Muizen en ratten
- Motjes
- Meelmotten
- Klanders
- Parasieten


Muizen en ratten:
Ongedierte in de vorm van muizen en ratten hebben vaak een dodelijk gevolg voor je papegaaien.
Met name buitenvolières en volières in de schuur worden nog wel eens bezocht door deze ongewenste gasten.
Dit ongedierte draagt vaak besmettelijke ziekten met zich mee.
De muizen en ratten zijn meesters in het vinden van voeding dat kan bestaan uit de voeding en de voedingsrestjes van je papegaaien.
Muizen zijn heel kundige klimmers en kunnen zich door onmogelijk kleine gaatjes en spleten wringen om bij het voedsel te komen.
Ze eten hun buikje rond en laten tussen het voer als dank hun ontlasting achter.
Deze ontlasting, de urine en de keutels bevatten bacteriën en ziektes die voor je papegaaien meestal dodelijk zijn.
Dus, wees altijd alert op de aanwezigheid van muizen en ratten.
Zorg dat deze beestje niet bij het voer kunnen komen.
Bij een buitenvolière is het misschien verstandig de vogels uitsluitend in het gekoppelde binnenverblijf te voeren, daar kan je vaak eenvoudiger en vlotter het geknoeide voer en de restjes verwijderen.
Bewaar het voer in goed afsluitbare blikken of emmers.
Papieren of plastic zakken beschermen niet voldoende, die hebben deze ongenode gasten heel snel open geknabbeld.
Stel je vast dat er toch muizen en ratten zijn voer dan een actief beleid met bijvoorbeeld vallen en andere middelen om je van deze diertjes te ontdoen.


Motjes:
Soms komt het voor dat er in het papegaaienvoer kleine spinragjes zitten.
Deze spinsels zijn meestal afkomstig van een soort bruine motjes.
Deze motjes leggen eitjes, dat worden larfjes die zich eerst gaan poppen tot ze uitvliegen als motje. 
De eitjes worden vaak gelegd waar voedsel is. Maar ook op andere plaatsen vind je de larven.
Zaad, meel, pellets, zijn ideale plaatsen.
Meelmotten, voedermijten zijn andere benamingen voor deze motjes.
De meningen wat men met dit voer, waar deze eitjes/larven of popjes in zitten, moet doen zijn verdeeld.
De ene zegt, ha extra eiwitten voor de vogel en de ander zegt dat men het voer het beste weg kan gooien.
De meeste adviezen duiden er toch op dat het geen in ieder geval geen kwaad kan.
De motjes zorgen wel voor een soort van overlast.
Het vogelvoer kan je het beste droog koel en in afgesloten bussen bewaren.
Bestrijding van de motjes:
- gooi voer met larven weg of...
- leg het voer waar in zitten minstens 24 uur in de diepvries
- hang insecten kleefstrippen verspreid in de woning op
- er zijn speciale mottencassettes in de handel die ook werken (o.a. Rocasect)
- insectenlampen schijnen ook te helpen
- spuit 404 vogelspray in de afgesloten ruimte en lucht de ruimte na aan half uur goed door.

Voor de mensen die graag biologisch te werk gaan, er wordt beweerd dat de plant genaamd boerenwormkruid erg goed insecten verdrijft. Plaats het kruid in de ruimte waar de vogelkooi staat en lucht goed.... de insecten schijnen dan snel op de vlucht te gaan.


Meelmotten:

Meelmotten leggen eitjes is onder andere meel een zaden.
De mot heeft een lichaamslengte van ongeveer 1 cm.
De meelmot ontwikkelt zich van ei tot larve tot pop om dan uiteindelijk een volwaardig insect (de mot) met een lichaamslengte van ongeveer 1 cm te worden.
Bij een temperatuur van ongeveer 20 graden duurt deze cyclus ongeveer 3 maanden.
De larven voeden zich met het meel, zaadjes of andere plantaardige producten.
De uitwerpselen van de larven kunnen gaan stinken.
Volwassen larven maken spinsels en verpoppen zich.
Bij een temperatuur onder de 12 graden plant de meelmot zich niet meer voort.

       
                                   Indische meelmot (Plodia interpunctella)

 

Klanders:
De klander (Sitophilus) behoort tot de groep van de snuitkevers (Curculionoidea).
Deze kever is tussen de 3 tot 5 millimeter groot en heeft een bruinzwarte kleur.
Men onderscheidt diverse soorten klanders waarbij de graanklander, de maisklander en de rijstklander hier het meest bekend zijn.
Zoals op de foto te zien is is het voorlijf bijna even groot als het achterlijf en heeft de kever een snuit.
De kever boort een gaatje in de graankorrel, legt daarin het eitje en maakt de korrel weer dicht.
Het eitje ontwikkelt zich tot een larve (korenworm) die de korrel van binnenuit leegeet.
Zodra de larve volgroeid is boort deze een gaatje naar buiten.
Op zich is de klander niet schadelijk voor de vogel, maar wanneer er teveel van dit ongedierte in het voer zit is het toch verstandig het voer weg te gooien.
Vind je een paar klanders tussen het voer kan je dat voer het beste even een tijdje invriezen.

       
Sitophilus granarius (graanklander)
 

Parasieten:
Het thema "parasieten" bij de papegaai wordt in een apart hoofdstuk uitgebreid behandeld.

 

 

     
pape-voeding