anatomie 

 

de spijsvertering van de papegaai:    


 

Het voer komt via de snavel in de krop terecht en vanuit de krop komt het met speeksel ingeweekte voer in de kliermaag van de papegaai.

Kliermaag:
In de kliermaag worden nog meer spijsverteringssappen (pepsine) aan het voedsel toegevoegd.
Om de werking van de pepsine te versterken voegt het lichaam een lichaamseigen zoutzuur aan de brei toe waardoor de zuurgraad van de voedselbrei wordt verlaagd.
Vanuit de kliermaag waar de lichaamssappen hun werk reeds gedaan heeft gaat de brei naar de spiermaag.

Spiermaag:
De spiermaag van de papegaai kan men eigenlijk zien als de tanden van een zoogdier.
Sterke spieren schuiven de twee hoornachtige wanden van de spiermaaag stevig tegen elkaar waarbij het aanwezige voedsel fijngemalen wordt. Om de werking van de spiermaag te vergroten nemen papegaaien zo nu en dat wat kiezels tot zich. De kiezels werken in de spiermaag als een soort molenstenen.
Door een intense spierwerking en eventueel aanwezige kiezelsteentjes in de spiermaag, die een sterke hoornachtige wand heeft, wordt de brei grondig gemalen. Daardoor wordt het oppervlakte van de voedingsbrei enorm vergroot waardoor opname van de noodzakelijke voedingsstoffen vereenvoudigd wordt.
Wanneer de voedselbrei goed gemalen is wordt het voor verdere vertering naar de darmen getransporteerd.

Darmen:
in de darmen worden nog een aantal stoffen een de voedselbrei toegevoegd waardoor de uiteindelijk opname van de voedingsstoffen via de darmwand in het bloed mogelijk gemaakt wordt. Het darmenstelsel bestaat grofweg uit de dunne darm, twee blindedarmen, de dikke darm en de cloaca.
Urine welke door de nieren van de vogel aangemaakt wordt verlaat het lichaam niet via een blaas maar via de cloaca.
 


 
 


anatomie